Iedereen wil wel wat met drones voor de natuur

Het was volle bak, op donderdagmiddag 15 juni in Velp, bij het symposium Drones voor de natuur. Het symposium werd georganiseerd door de projectgroep ‘Drones voor de Natuur’ waar Regelink Ecologie & Landschap onderdeel van is. Bijna 100 deelnemers – natuurbeheerders, adviseurs, beleidsmensen – lieten zich bijpraten over het inzetten van drones in bos- en natuurbeheer. Er wordt al veel mee geëxperimenteerd, en met succes zo bleek tijdens het symposium. We willen graag verder verkennen wat er mogelijk is met drones in het bos- en natuuronderzoek en zijn daarom op zoek naar pilotprojecten!

Mooie voorbeelden

Drones kunnen en doen al heel veel, blijkt uit de voorbeelden in de presentaties. David Borgman van Borgman Beheer Advies liet zien hoe drones worden ingezet voor het snel en doeltreffend inventariseren van plekken met veel essentaksterfte in moeilijk toegankelijke Natura 2000-gebied bijvoorbeeld, om gericht dáár gewenste soorten te herplanten. Of vrijwilligers assisteren bij het opsporen van weidevogelnesten, zo liet Peter van de Brandhof van Brandhof Natuur en Platteland zien. De vrijwilligers gaan alsnog het veld in om de punten die de drone heeft gespot te controleren, maar met die drone vinden ze méér nesten in kortere tijd, en met minder verstoring.

Wat kun je met al die data?

De eerste resultaten zijn veelbelovend, maar er is ook veel onduidelijk: wat kun je wel en niet meten? Hoe maak je de data goed te interpreteren? En hoe zorg je dat dat leidt tot informatie waar een beheerder in de praktijk iets mee kan? Dat zijn vragen waar we de komende tijd mee aan de slag moeten. Want meten is natuurlijk geen doel op zich, het doel van een drone is om het beheer beter en effectiever te maken.

Concreet stappenplan

Houd dus goed in de gaten welke informatie je nodig hebt, is een belangrijk advies. Een heel belangrijke vraag daarbij is: hoe zet je al die data om in informatie waar een beheerder in de praktijk iets mee kan?

Chris Driessen van Regelink Ecologie en Landschap en technicus Mark de Haan van Aeret presenteren samen een concreet stappenplan. De kern van het verhaal: hou in de gaten welke onderzoeksvraag je met je onderzoek wilt beantwoorden! Dit verhaal illustreert ook hoe belangrijk het is om als ecoloog en technicus nauw samen te werken; alleen samen heb je de kennis in huis om data te verzamelen, te analyseren, en (met software) te vertalen in informatie waar een onderzoeker of beheerder concreet iets mee kan.

Regelgeving, een grijs gebied

Bij het onderdeel wet- en regelgeving gingen alle deelnemers wat rechterop zitten. De technische ontwikkelingen gaan zo hard dat de wetgeving dat niet kan bijbenen, met een groot grijs gebied tot gevolg en nog weinig jurisprudentie. De belangrijkste tips uit de zaal: speel op safe. Ga bij voorkeur als TBO niet zelf vliegen, maar ga allen in zee met bedrijven die een volledig (en duur!) ROC-certificaat (Remote Operated Vehicle) hebben. En leg als TBO zélf contact met het ROC in je eigen regio over wat wel en niet kan. Bij Regelink Ecologie & Landschap werken we alleen met ROC gecertificeerde bedrijven samen bij ons natuuronderzoek met behulp van drones en worden de vluchten altijd begeleidt door een ecologisch adviseur. Op onze website vindt u meer informatie over ons natuuronderzoek met drones

Pilots gezocht!

Drones in het bos- en natuurbeheer; het staat echt op doorbreken. Maar uit de vele bezoekers en de vele vragen blijkt ook dat het nodig is om kennis op te doen én uit te wisselen. Niet alleen over juridische kwesties, maar ook als het gaat om het beter interpreteren, vergelijken en standaardiseren van de data. Komend najaar wil Regelink Ecologie en Landschap daarom actief aan de slag met pilotprojecten. Daar kunnen we er overigens nog wel een paar van gebruiken. Daarom willen we natuurbeheerders oproepen: heb jij een ecologisch vraagstuk wat zich leent voor een onderzoek met drones? Neem dan contact met ons op!

Meer weten?

Een verslag van de bijeenkomst is te vinden op de website: www.dronesvoordenatuur.nl

Op de website is meer informatie te vinden over de projectgroep. Ook kun je je aansluiten bij een van de community’s om kennis te delen en te ontwikkelen.