Samenwerking ecoloog en aannemer loont bij ecoduct Goirle!

Als ecoloog meedenken over een bouwproject, dat is een bijzondere ervaring, vertelt Benjamin Backx. En al helemaal als dat bouwproject een faunapassage is, en je dus als ecoloog een leidende rol krijgt. Het bouwwerk moet immers een ecologische functie gaan vervullen. Het ecoduct dat we samen met het projectteam van Ploegam bedachten, won de aanbesteding met vlag en wimpel.

In het voorjaar werden we gevraagd om ecologische kennis in te brengen in het ontwerp van een faunapassage over de Turnhoutsebaan bij Goirle. Benjamin: “De aannemer heeft ons dus ingehuurd. De faunapassage werd aanbesteed via een Design&Construct-procedure. Dat betekent dat er een bedrag ligt en een aantal randvoorwaarden, en dat consortia daarvoor een plan kunnen indienen. In dit geval was ecologie het belangrijkste criterium, en moest er een faunatunnel of een ecoduct komen. Een faunatunnel is veel goedkoper om aan te leggen, maar een ecoduct is toch echt beter. Daarom hebben we samen met technici van de aannemer wekenlang zitten tekenen en rekenen. Uiteindelijk hebben we de aanbesteding met vlag en wimpel gewonnen en wordt ons ecoduct in 2018 gebouwd.”

15 meter voor het ree

De faunapassage moest geschikt zijn voor het ree als hoofdsoort, vertelt Benjamin. Een faunatunnel is echter nog helemaal niet zo makkelijk voor deze soort. “Voor reeën geldt namelijk dat ze aan de andere kant van de tunnel de horizon moeten kunnen zien. Dat betekent in dit vlakke landschap dat de tunnel min of meer horizontaal moest lopen en verdiept aangelegd moest worden. De inbreuk op het landschap zou groot zijn, en door de hoge grondwaterstand zou de tunnel kunstmatig drooggehouden moeten worden met pompen. Dan vraag je jezelf af: Moeten we dat wel willen?”

Een ecoduct dus, maar ook dat is voor een ree geen gemakkelijke opgave. Een ree durft niet verder te gaan als er een trechtervorming is, omdat het dier van nature altijd verschillende kanten uit wil kunnen vluchten. “Dat betekent dat een ecoduct minimaal 15 meter breed moet zijn. Ecologisch gezien is breder natuurlijk altijd beter. Maar al snel bleek dat 1 meter extra breedte meteen heel veel extra kosten aan beton voor de constructie met zich mee brengt. Dan ga je je afvragen of dat de beste bestemming is voor dat bedrag. Kun je dat niet beter inzetten voor meer geleidende rasters om de dieren naar het ecoduct te krijgen? Dat soort afwegingen moesten we voortdurend maken.”

Structuren volgen

Overigens gaat het bij ecoducten natuurlijk niet alleen om het bouwwerk zelf; de omgeving is minstens zo belangrijk. “We hebben uitgebreid bestudeerd wat de huidige routes waren van de reeën, welke structuren ze volgen. Die kennis hebben we gebruikt om ze naar het ecoduct te leiden door houtwallen aan te planten en struweel bij de bestaande bosranden. Ook komen er rasters langs de weg en drinkpoelen om de dieren naar het ecoduct te lokken.” Voor dassen en kleinere soorten komt er een extra faunabuis, zodat voor hen meerdere oversteekplaatsen ontstaan.

Benjamin is enthousiast over de werkwijze. “Als je helemaal aan het begin met elkaar om tafel gaat zitten, en de huidige en de toekomstige waarden samen bepaalt, maakt dat zó’n verschil! Het hele proces loopt veel gemakkelijker, en het eindresultaat is goedkoper en mooier. Zo hebben we zo veel mogelijk natuurlijke elementen behouden, dus natuurinclusief gebouwd.”

Ecologische meerwaarde

Terugkijkend vond Benjamin het een bijzondere ervaring. “Ik was wel gewend om met bouwers samen te werken. Maar vaak krijg je dan als ecoloog toch een beetje het gevoel dat ze vinden dat je de bouw alleen maar ophoudt. Hier was het totaal anders, omdat je met zijn allen met een ecologisch doel bezig bent. De aannemer werd ook enthousiast, ging echt meedenken over hoe we zo veel mogelijk ecologische meerwaarde konden maken.”

Wat ook leuk was, was dat ze werk met werk konden maken, vindt Benjamin. “Op een plek is grond nodig, die we winnen door een vijver te graven. De drinkpoelen worden zo aangelegd dat ze geschikt zijn als voortplantingswater voor amfibieën en bijvoorbeeld libellen. In het ecoduct komt een echte vleermuiskelder. En alle nieuwe beplanting is inheems en zorgt voor nectar, bessen en noten. Naast het ree is het ecoduct dus ook geschikt voor allerlei andere soorten, zoals dassen, bunzings, hermelijnen, wezels, konijnen, everzwijnen, vossen, amfibieën, reptielen en insecten. Doordat er voor een ecoduct is gekozen in plaats van een faunatunnel steken er in de toekomst hopelijk zelfs af en toe edelherten over die onlangs uitgezet zijn in het Groene Woud.”

Benjamin is natuurlijk benieuwd of reeën het ecoduct ook echt gaan gebruiken. “We gaan het bouwwerk dan ook de komende 10 jaar monitoren met wildcamera’s. Daarnaast worden ook de andere soortgroepen onderzocht. Ik heb er alle vertrouwen in!”

Zie ook de projectpagina op de website van Ploegam